Wat zou het kunnen worden?

Medio 2020 zijn we vertrokken voor een reis die hopelijk leidt naar de oprichting van een duurzaam opererend, coöperatief boerenbedrijf. Maar het zou wel eens iets heel anders kunnen worden dan wat je kent, of voor je ziet.

Ja, er zullen gewassen groeien, fruitbomen en -struiken staan en dieren in weides lopen. Die dieren voorzien in een deel van de voedselbehoefte, maar hebben nadrukkelijk ook een rol in het systeem. Zo zorgen wroetende varkens voor een gezonde bodem, vreten scharrelende kippen onkruiden weg en is koeienmest een prima basis voor mooie compost.

Als lid van de coöperatie betaal je contributie waarmee de kosten worden gedekt. Wat je daarvoor terugkrijgt is tussen de 40 en 52 weken per jaar groenten, fruit, eieren, kruiden en desgewenst vlees van eigen boerderij.

Ontmoetingserf

Rond de boerderij kan zich een open erf vormen, waarbij leden, klanten, vrijwilligers en andere bezoekers samenkomen. Je ziet er mensen die met elkaar waardevolle activiteiten ontwikkelen, voor henzelf en anderen. Het is dus nadrukkelijk een sociaal experiment dat zich kan ontwikkelen tot een duurzame mini-maatschappij.

Misschien ontstaan er op termijn wel mogelijkheden om te komen tot innovatieve woonvormen, waarbij de boer van dienst ook zorgt voor het groenbeheer. En wat denk je van het geven van (buiten)onderwijs, natuureducatie en beleving in een fraai landschap en het verlenen van zorg of het runnen van een restaurant?

Het zijn zomaar wat ideeën.

Wat kost dat dan?

De eenmalige kosten voor de op- en inrichting van de coöperatieve boerderij, worden samen opgebracht. Wat de eenmalige kosten zijn per huishouden is onder meer afhankelijk van de hoeveelheid inrichtingswerk op de in te richten akkers, en hoeveel dieren er worden gehouden. De inschatting nu is dat je per huishouden eenmalig 1000 euro investeert.

Ook de jaarlijkse kosten worden gedeeld. De contributie, die in een algemene ledenvergadering wordt vastgesteld, bedraagt naar verwachting minder dan 10 euro per persoon per week.